Waar bent u naar op zoek?

Vijfde, herziene druk Handboek Nederlandse kerkgeschiedenis

Hoe breng je de kerkgeschiedenis naar nu?

Ds. J. Admiraal
Door: Ds. J. Admiraal
Boekbespreking
22-01-2026

In het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw gebeurde er iets opvallends: in een land waar de kerk steeds meer naar de marge verdween, verschenen binnen één jaar twee brede handboeken over de geschiedenis van het christelijk geloof in Nederland.

In 2005 kwam Nederlandse religiegeschiedenis uit, geschreven door J. van Eijnatten en F.A. van Lieburg. Een jaar later volgde het Handboek Nederlandse kerkgeschiedenis onder redactie van H.J. Selderhuis. Van het eerste boek verscheen al snel een tweede druk, en van het Handboek kwam eerder dit jaar zelfs een vijfde, herziene druk.

Ondanks de krimp van de kerken blijft er dus behoefte aan degelijke boeken waarin geloof en kerkgeschiedenis centraal staan. Het verschijnen van deze nieuwe, vijfde druk laat zien dat het handboek een stevige plek heeft gekregen binnen theologieopleidingen en onder liefhebbers van kerkhistorie.

Twee delen

In deze herziene druk valt meteen op dat de stevige bruine band heeft plaatsgemaakt voor een uitgave in twee delen. Het eerste deel behandelt de periode vanaf de komst van het christendom in de Nederlanden, op de grens van oudheid en middeleeuwen, tot en met de zeventiende eeuw. Het tweede deel beslaat de achttiende eeuw tot en met de eerste jaren van de eenentwintigste eeuw. In dit tweede deel zijn ook de registers opgenomen; naast het personen- en plaatsnamenregister is er nu ook een zaakregister toegevoegd.

Een andere waardevolle verbetering is dat de afbeeldingen, waar mogelijk, in kleur zijn afgedrukt. Wie de eerste druk naast deze vijfde legt, ziet meteen hoeveel levendiger en sprekender de illustraties daardoor zijn geworden.

Chronologische indeling

De opzet van het handboek is hetzelfde gebleven. Er is gekozen voor een chronologische indeling in zeven hoofdstukken. Het eerste behandelt de middeleeuwen tot 1200, het tweede de periode van 1200 tot 1500. De vijf daaropvolgende hoofdstukken beschrijven telkens één eeuw, waarbij het laatste hoofdstuk doorloopt tot in de eenentwintigste eeuw.

De hoofdstukken zijn geschreven door verschillende auteurs, van wie sommigen meerdere bijdragen voor hun rekening nemen. Misschien draagt die opzet – én het diverse schrijversteam – eraan bij dat je als lezer soms het gevoel hebt een bundel van zeven losse boeken in handen te hebben. Zo legt hoofdstuk vijf, over de achttiende eeuw, sterk de nadruk op ideeëngeschiedenis, terwijl de auteurs van de laatste twee hoofdstukken zich duidelijk profileren als profaan-historici met religieuze belangstelling. Vanuit die invalshoek richten zij zich vooral op de sociale invloed van de kerk via de vele christelijke organisaties. Dat roept de vraag op of de auteurs van hoofdstuk vijf de maatschappelijke ontwikkelingen voldoende meenemen, en of de schrijvers van hoofdstuk zes en zeven de theologische en kerkelijke ontwikkelingen wel helemaal recht doen.

Plichtmatig

Wat ik jammer vind, is dat de herziening van de eerste vijf hoofdstukken soms wat plichtmatig aandoet. Over het algemeen wijkt de hoofdtekst in deze editie nauwelijks af van eerdere drukken. En áls er al iets is aangepast, voegt het niet altijd veel toe. Zo zie ik in het eerste hoofdstuk bijvoorbeeld niet helemaal het nut van de nieuwe verwijzing naar de zeventiende-eeuwse historicus Brandt, die schrijft over bisschop Willem van Utrecht (±1024-1076). Brandt ontleent zijn informatie volgens mij gewoon aan Lambertus Schafnaburgensis (Lampert van Hersfeld), een middeleeuwse chroniqueur. Waarom dan niet meteen naar hem verwezen?

Propagandastunt

Andere minpunten zijn het ontbreken van veel relevante literatuur uit de afgelopen jaren en het veronachtzamen van recente onderzoeksresultaten. Zo wordt in de literatuurlijst van hoofdstuk drie, over de zestiende eeuw, het in 2022 verschenen werk van Christine Kooi over de Reformatie in de Lage Landen niet genoemd. In hetzelfde hoofdstuk gaat het over de met harde hand bestreden Reformatie in de Nederlanden. Daarbij wordt een afbeelding gebruikt van een pamflet over de ‘wreede moort tot Zutphen’ (1572). Maar juist dát voorval wordt in recent onderzoek gezien als een geslaagde propagandastunt van de opstandelingen tegen de Spaanse vijand. Het is dus geen treffend voorbeeld van een overheid die met harde hand optreedt. Een korte toelichting had hier zeker niet misstaan.

Ook lopende historiografische discussies worden niet altijd meegenomen, terwijl ze wel degelijk relevant zijn. In hoofdstuk vier staat bijvoorbeeld een hele paragraaf met de titel ‘Interne confessionalisering en Nadere Reformatie’. Dan verwacht ik van een handboek dat het ten minste kort ingaat op de discussie over de betekenis en meerwaarde van de Nadere Reformatie binnen de historiografie, en de lezer zo de kans geeft zich verder in dit debat te verdiepen.

Dit artikel gratis verder lezen?
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en lees de volledige tekst van dit artikel.

"*" geeft vereiste velden aan

Ds. J. Admiraal
Ds. J. Admiraal

is predikant van de hervormde gemeente te Nieuwe Pekela en van de protestantse gemeente te Tange-Alteveer.  Hij schreef een masterscriptie over het functioneren van het Algemeen Reglement in de hervormde gemeente te Hasselt.