Waar bent u naar op zoek?

Biddag en onze kerkelijke agenda

Hoe biddend is onze gemeente?

Dr. R.W. de Koeijer
Door: Dr. R.W. de Koeijer
12-03-2026

De jaarlijkse biddag die net achter ons ligt, roept de vraag op: Hoe hoog staat het gebed op de kerkelijke agenda? Geloven we dat Gods werk doorgaat via bidders die Hem zoeken en alles van Hem verwachten? Lukas schrijft niet alleen over de biddende Jezus, maar ook over de biddende gemeente.

In Lukas’ tweede boek – Handelingen der apostelen – zien we hiervan verschillende voorbeelden. Voorafgaand aan Pinksteren komen de discipelen samen om te bidden (Hand. 1:12-14). De reden is de belofte van de Heere Jezus Christus dat ze met de Heilige Geest gedoopt zullen worden. Bij de discipelkring hebben verschillende vrouwen, onder wie Jezus’ moeder Maria, en Zijn broers zich aangesloten. Mannen en vrouwen die eensgezind zijn, hetzelfde doel voor ogen hebben, en daarom bidden om de vervulling van Gods belofte. Daarbij houden ze aan. De woorden “in het bidden en smeken” laten zien dat ze in de periode tussen Hemelvaart en Pinksteren voortdurend pleiten op Gods belofte. Na gebed een plaats krijgt onder de kenmerken van de vroegchristelijke kerk. Dit zet de toon voor de rest van het Bijbelboek. We komen namelijk niet alleen de prediking op allerlei tijden en plaatsen tegen, evenals de geestelijke verbondenheid met elkaar, maar ook het gebed. Ik noem een paar momenten.

Gebed om wijsheid en kracht

Voorafgaand aan Pinksteren speelt het gebed een belangrijke rol bij de keuze voor een nieuwe apostel, die in de plaats van Judas moet komen (Hand. 1:15-26). Hierbij gaat het om wijsheid. Deze passage krijgt niet zoveel aandacht, omdat na het begin van Handelingen meestal direct Pinksteren aan de orde komt. Toch is ook dit gedeelte belangrijk, want Gods werk zal doorgaan via twaalf apostelen, een aantal dat verwijst naar de twaalf stammen van Israël. Nadat een tweetal is gekozen – Jozef en Matthias – gaat de gemeente in gebed met de vraag om licht en leiding. Vervolgens wordt het lot geworpen en is Matthias de nieuwe apostel. Zo gaat Gods werk door.

Een ander voorbeeld is het gebed om geestelijke kracht. In Handelingen is een dubbele beweging zichtbaar. Terwijl de christelijke gemeente blijft groeien, neemt ook de tegenstand toe, waarbij Petrus en Johannes worden gevangengenomen. Na hun vrijlating komt de gemeente samen om te bidden. Opvallend genoeg horen we niet het brandende verzoek of de verdrukking voorbij kan gaan, maar of de gemeenteleden kracht en vooral vrijmoedigheid krijgen om Gods Woord te spreken. Dit gebed verhoort de Heere: deze gelovigen worden vervuld met de Heilige Geest en spreken het Woord vrijmoedig (Hand. 4:23-31). Ook in deze situatie gaat Gods werk door via het samen bidden.

Gebed en voorgangers

De apostelen hebben de taak om ook in het gebed voor te gaan. Na Pinksteren ontstaan er problemen in de gemeente tussen Griekssprekenden en Hebreeën over de verzorging van de weduwen (Hand. 6:1). In reactie hierop komt de gemeente samen om een oplossing te vinden. Tot ieders tevredenheid worden er zeven mannen aangesteld met het oog op de verzorging van de armen. De apostelen vinden dat deze diaconale taak niet op hun schouders rust, omdat zij zich willen concentreren op twee hoofdtaken: het Woord en het gebed. Zij zullen dus blijven preken en bidden, waarbij het gebed als eerste wordt genoemd. Voorgangers hebben tien dagen komt de opwekking van Pinksteren als een werk van God, maar daarvoor heeft Hij het gebed van de gemeente ingeschakeld. Aan het begin van Handelingen wordt dus helder hoe belangrijk het gebed is met het oog op het werk van God.

Dit artikel gratis verder lezen?
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en lees de volledige tekst van dit artikel.

"*" geeft vereiste velden aan

Dr. R.W. de Koeijer
Dr. R.W. de Koeijer

is studiesecretaris van de Gereformeerde Bond.