Waar bent u naar op zoek?

Zijn we niet te veel een gezinnetjeskerk?

Homo’s in de gemeente zijn een gave

Ds. W.J. van de Velde
Door: Ds. W.J. van de Velde
Homoseksualiteit
12-02-2026

Jij bent Bart, een jongen van 16 jaar oud. Iedere dag ga je op de fiets naar school. Je fietst met je vrienden en zij vertellen vaak stoere verhalen, en praten ook over knappe meisjes. Maar jij herkent dat niet.

Je vrienden vertellen wat ze zo mooi vinden aan dat éne meisje, maar jij – Bart – ziet vooral dat gespierde lichaam van die ene jongen uit je klas. Ze praten over dat meisje met die mooie glimlach, maar jij ziet steeds die jongen met dat aantrekkelijke gezicht. En als je daarover nadenkt, dan komt steeds die gedachte in je op: zou ik homo zijn? Moet je niet toegeven dat je niet op meisjes valt, maar op jongens?

Als je daarover nadenkt, weet je ook wel dat homo-zijn grote gevolgen heeft. Wat zouden je ouders ervan denken? Wat zouden je vrienden ervan zeggen? Of, wat zou de Heere God er eigenlijk van vinden? Die Bijbelteksten over homoseksualiteit – die je al eens gegoogeld hebt – gaan die over jou? Of gaan die ergens anders over?

Jeugdouderling
Is de kerk dan een plek waar Bart terechtkan? Ambtsdragers zeggen al snel: “Natuurlijk is de kerk een plek waar je dan terechtkunt!” Maar weten we zeker dat Bart ál zijn vragen durft te bespreken met zijn predikant of jeugdouderling? Is de predikant iemand die veilig aanvoelt, omdat hij het onderwerp homoseksualiteit kent en niet schrikt? Is de jeugdouderling iemand die luistert, die het aankan om heel die worsteling aan te horen, zonder direct met een ‘Bijbelse oplossing’ te komen? Is de jeugdgroep veilig genoeg om te kunnen zeggen: “Ik denk soms aan een knappe jongen.” Is de vrouwenvereniging een plek waar de moeder van Bart gebed kan vragen voor haar zoon?

We willen graag een kerk zijn waar jongeren zeggen: “Hier wil ik zijn!” We verlangen naar een gemeente waar jongeren – zoals Bart – naartoe gaan met hun vragen en worstelingen. We willen een predikant of een ouderling zijn waar jongeren zoals Bart aankloppen voor een goed gesprek. Een kerk waarin je mag zeggen: “Ik ben homo, en juist hier wil ik zijn; om te groeien in geloof, om de weg gewezen te worden, om te leven tot Gods eer.”

Bouwstenen
Wat is er nodig om zo’n kerk te zijn? Wat is er nodig om homo’s met hun vragen en twijfels te laten weten dat ze welkom zijn? Wat is er nodig om zo kerk te zijn dat we homo’s niet langer verliezen, maar liefdevol vasthouden? Waar ze niet stilletjes aan de zijlijn staan, maar volop ingeschakeld zijn. Als christenhomo en als predikant probeer ik wat bouwstenen aan te dragen.

De kerk heeft allereerst heiligheid nodig. Een collega-predikant schreef: “De heiligheid van de kerk is allereerst een geschenk van God en vervolgens ook een roeping voor ons.” Maar wat betekent dat voor homo’s?

Als gave van God
Niet alleen God is heilig, ook Zijn kerk is dat. Niet omdat de kerk zo perfect is, maar omdat heiligheid betekent: door God in dienst genomen, afgezonderd van de zondige wereld om de heilige God te dienen. Daarom worden de gelovigen in het Nieuwe Testament heiligen genoemd. Denk maar aan Paulus’ brief aan de Korinthiërs. Paulus had heel wat op hun gemeente aan te merken, en toch schrijft hij: “Aan de geheiligden in Christus Jezus, geroepen heiligen” (1 Kor. 1:2).

Dat betekent dat ook gelovige homo’s heiligen zijn. Vanwege de heiligheid die ze door het geloof ontvangen van de Heilige: Jezus Christus. Het Evangelie voor homo’s is niet: seksuele onthouding of iets wat daarop lijkt. Het Evangelie voor homo’s is dat je, net als iedereen, ondanks al je zonden, door het geloof mag weten: ik ben heilig. In Christus ontvangen homo’s alles wat ze nodig hebben, ook de heiligheid. Dat is goed nieuws voor homo’s! En laten we dat – hoe Bijbels, gereformeerd of orthodox we ook zijn – nooit vergeten. Laten we leren om de gelovige homo niet allereerst als homo te zien, maar als broeder of zuster in Christus.

Als opdracht van God
Van daaruit is de heiligheid van de kerk ook een roeping, een opdracht. Gelovigen zijn geroepen tot een heilig leven (1 Petr. 1:15-16). Die heiligheid waartoe we geroepen zijn, gaat ook over onze seksualiteit. Een kerkenraad moet daar ook op wijzen bij zijn gemeenteleden. Zoals Herman van Wijngaarden (auteur, jeugdwerker bij de HGJB, en betrokken bij de stichting Hart van homo’s, red.) zei: “De jongeren hebben Jezus nodig en je mag – nee, moet – hun ook de Bijbelse richting wijzen.”

Over die Bijbelse richting valt veel te zeggen, maar dat ga ik nu niet doen. Wat ik wel wil zeggen: de pastorale houding tot homo’s en de liefdevolle zorg voor hen hoeft niet te leiden tot vage onduidelijkheid. Daar is ook een gelovige homo – zoals Bart – niet mee geholpen. Wijs ze op hun roeping om heilig te leven.

Veiligheid
Het tweede dat de kerk nodig heeft: veiligheid. We weten allemaal dat de kerk veilig moet zijn, maar als drie à vier procent van de bevolking homoseksuele gevoelens heeft, dan moeten er in iedere gemeente toch enkele homo’s zijn. Hoe komt het dat een groot deel niet uit de kast durft te komen of in stilte via de achterdeur vertrekt? Kan de kerk voor veel homo’s onveilig aanvoelen? Ik ben bang van wel. Zou Bart zich veilig voelen in úw kerk? Het lijkt me goed om aan de volgende zaken te werken.

Oog voor homo’s
Allereerst moet er oog voor homo’s zijn. Een kerk heeft ‘open ogen nodig’ om homoseksuele jongeren te zien. Het helpt niet als de mensen in de kerk denken dat die er niet zijn. Als homoseksualiteit nooit ter sprake komt of nooit voor homo’s gebeden wordt, geeft de kerk daarmee een signaal af. Dan kan het overkomen alsof homo’s onze aandacht, tijd en gebeden niet waard zijn; dat we het onderwerp niet belangrijk genoeg vinden.

Laat merken dat je homo’s niet vergeet. Spreek over het onderwerp op jeugdvereniging of catechisatie, bid met enige regelmaat voor homo’s tijdens de kerkdienst. Zo laat je weten: dit is een gemeente waar we homo’s niet vergeten. Hier mag je je verhaal delen. We zien je als mens, als broeder of zuster en niet als een probleem of een thema voor de kerkenraadsvergadering.

Oog voor gebrokenheid
Maar daarmee zijn we er nog niet. Heb ook oog voor alles wat ze zijn of niet zijn, wat ze hebben of missen, met al hun vreugde en verdriet, geloof, twijfel en ongeloof en al hun gebrokenheid. En heb oog voor het eventuele gemis van een partner, seksualiteit en kinderen. Zorg ervoor dat daarover gesproken en daarvoor gebeden kan worden. En dat er zelfs oog is voor homoseksuele zonden; niet omdat je ze goedkeurt – zonde blijft zonde – maar dat er wel over gesproken kan worden, en schuld beleden kan worden.

Oog voor de worsteling
De keuze van een christenhomo om single te blijven is niet vanzelfsprekend. Het vraagt een bewuste keuze én volharding om bij die keuze te blijven. Veel homo’s verkeren in een enorm spanningsveld of hebben in die spanning gezeten: God of de wereld, de kerk of een seksuele relatie. Bewust zeg ik het nu wat zwart-wit. Met hun hoofd en hart kunnen ze een keuze maken, maar die keuze kan later weer aangevochten worden. Ze kunnen ermee worstelen als ze alleen thuis zijn, de twijfel kan in een onbewaakt ogenblik toeslaan.

Is er in uw kerk ruimte om te worstelen, om het soms even niet te weten? Mogen homo’s hun worstelingen en vragen op tafel leggen, zonder dat er direct een veroordeling klinkt of er meteen een geschrokken gezicht te zien is? Dat vraagt van predikanten, jeugdleiders en ambtsdragers luisteren zónder te oordelen. Mogen homo’s in de kerk het met je oneens zijn? Mogen ze in een theologische puberteit belanden? Dat is toch ook niet zo vreemd als misschien wel een groot deel van je toekomstbeeld op de helling komt te staan?

Oog voor ontmoetingsplek
Het zou misschien beter zijn als het niet nodig zou zijn, maar wellicht is een speciale gesprekskring, Bijbelstudiegroep of gebedsgroep voor homo’s in de gemeente wel dienstbaar. Een plek waar homo’s en lesbiennes uit de gemeente hun worsteling kunnen delen. Het is goed om mensen met dezelfde uitdagingen te ontmoeten. Zeker, ik weet dat zowel hetero’s als homo’s te strijden hebben tegen seksuele zonden. Maar voor homo’s zit daar wel een veel sterker keuze-element in. Hun weg als celibatair levende christen is niet vanzelfsprekend.

Het woord ‘lotgenotencontact’ klinkt wat zielig en het etiket ‘zielig’ hebben we als homo’s echt niet nodig, evenmin als een aparte status in de gemeente. Maar als er een kring is voor opvoedingsvragen en een kring voor 60+’ers, waarom dan niet voor homo’s? In zo’n kring kan bijvoorbeeld het boekje Oké, ik ben dus homo van Herman van Wijngaarden worden besproken.

Oog voor de hetero’s
In de kerk gaat veel goed, maar er kan ook veel misgaan. Soms doordat mensen iets niet begrijpen. Daarom heeft een predikant of kerkenraad ook oog nodig voor de hetero-gemeenteleden en de familie van homoseksuele gemeenteleden, want misschien moeten ze soms ook een beetje opgevoed worden. Een ‘opgevoede’ gemeente en kerkenraad maakt waarschijnlijk minder pijnlijke brokken.

Kerk als lichaam
In het Nieuwe Testament vergelijkt Paulus de kerk met een menselijk lichaam. Hij schrijft aan de gemeente in Korinthe: “Ook wij allen immers zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt” (1 Kor. 12:13). En daarna vergelijkt Paulus gemeenteleden uit Korinthe met voeten, handen, oren en ogen. En de apostel maakt duidelijk: niemand kan gemist worden. Als iedereen een oor zou zijn, waar zou de reuk zijn?

Als in de kerk niemand gemist kan worden, dan kunnen ook gemeenteleden met homo-gevoelens niet gemist worden. Als zij gelovige mensen zijn, dan mogen we erop vertrouwen dat de Heilige Geest ook aan hen gaven en talenten geeft. Hij geeft die gaven en talenten met een reden, namelijk tot opbouw van de gemeente.

Geen opgave, maar gave
Ik weet dat ik generaliseer, maar homo’s zijn vaak kunstzinnig, creatief en hebben een goed ontwikkelde sociale gevoeligheid. Wat zou het mooi zijn als we de homo’s en lesbiennes in onze gemeente zien en hun gaven en talenten óók zien, waarderen en inzetten. Dan kan een homo of lesbienne dienstbaar zijn in de gemeente, niet ondanks, maar inclusief het homo-zijn. Laten we eens tegen onze homo’s zeggen: “Je kunt ons iets bieden wat alleen jij kunt bieden. We willen je graag inschakelen! Je bent onmisbaar!” Homo’s zijn geen opgave voor de gemeente, maar een gave.

Homo’s als voorbeeld
In zo’n gemeente kunnen gelovige homo’s ook een voorbeeld zijn. Een leven waarin ze laten zien dat ze de Heere Jezus proberen te volgen en dat ze dat best wat mag kosten. Een leven waarin ze laten zien dat niet een romantische relatie of hun seksualiteit, maar het Koninkrijk van God het belangrijkste is. Dat zullen ze van zichzelf misschien niet zo snel zeggen. En dat is misschien maar goed ook. Maar besef dat gelovige homo’s een rolmodel zijn voor jongeren die ontdekken dat ze homo zijn. En zulke voorbeelden hebben we heel hard nodig. Want voorbeeldfiguren geven herkenning en hoop aan jongeren die zich nu misschien eenzaam voelen bij het ontdekken van hun homoseksuele gevoelens.

Met het laatste inhoudelijke punt wil ik een correctie aanbrengen. Ik ben namelijk van mening – en veel gelovige homo’s met mij – dat we als kerken te veel gezinnetjeskerken zijn geworden en te weinig oog hebben voor singles en de waarde van het single-zijn. We hebben in onze kerken terecht veel aandacht voor het huwelijk en het belang van goede huwelijken, maar onterecht te weinig aandacht voor vriendschap en het belang van goede vriendschappen.

Waarde van singles
Natuurlijk houden we in de kerk het huwelijk hoog. Dat moeten we blijven doen! Maar ik wil toch graag even wijzen op de oproep van Paulus uit 1 Korinthe 7. Daar maakt hij duidelijk dat zowel het gehuwd- als het ongehuwd-zijn voordelen heeft (1 Kor. 7:6-9). En hij schrijft: “Ik zou wel willen dat alle mensen waren zoals ikzelf” (vers 7). En over hen die niet getrouwd zijn: “Het is goed voor hen, als zij blijven zoals ik” (vers 8). Dan geeft hij de motivatie: zij die niet getrouwd zijn, kunnen zich ongehinderd inzetten voor het Koninkrijk van God. Vanuit de Schrift mogen we dus heel positief denken over singles en dat zou best wat meer benadrukt mogen worden in de kerk.

Theoloog en theatermaker Rikko Voorberg schreef eens: “Er is weinig zo verschrikkelijk eenzaam als celibatair homoseksueel zijn in een klassieke gezinnetjeskerk.” Ik vrees dat hij gelijk heeft. Daarom denk ik dat het goed is om in de kerk niet alleen positief te spreken over het huwelijk, maar ook over single-zijn. Waardoor je duidelijk maakt: in onze kerk is het huwelijk niet de norm!

Waarde van vriendschap
Ik zeg niet dat er minder aandacht voor het huwelijk in de kerk moet zijn. Maar ik zeg wel: laten we alle aandacht voor het huwelijk uitbreiden met het thema vriendschap. Want zou het kunnen zijn dat de overwaardering voor het huwelijk in veel protestantse kerken samengaat met een onderwaardering van vriendschap? Terwijl vriendschap zo belangrijk is voor getrouwde en ongetrouwde mensen, voor homo’s en hetero’s.

Sterker nog: wie in de kerk aan homoseksuele gemeenteleden uitlegt dat het op grond van de Schrift uitgesloten is om een homoseksuele relatie aan te gaan, zal des te meer moeten nadenken over de betekenis van vriendschap. Niet omdat vriendschap dan als surrogaat of compensatie kan worden aangeboden, maar vriendschap kan wel intimiteit bieden waar veel homo’s behoefte aan hebben.

Wat zou het mooi zijn als jongeren zoals Bart straks over uw gemeente zeggen: “Hier wil ik zijn. Met deze mensen wil ik de Heere God aanbidden!” Wat zou het een zegen zijn als we het niet alleen zingen, maar ook écht ervaren:

Wij zijn onderweg als pelgrims, vinden bij elkaar houvast.
Naast elkaar als broers en zusters, dragen wij elkanders last.

Ik hoop en bid dat jongeren zoals Bart steeds vaker zo’n kerk zullen vinden!

Ds. W.J. van de Velde
Ds. W.J. van de Velde

is predikant van de christelijke gereformeerde kerk in Doetinchem.